De stad Nijmegen telde in bijna 2000 jaar vele gedaantes. De ligging aan de rivier de Waal, tussen heuvels en bossen,
zorgde voor een voortdurende aantrekkingskracht. De Romeinen vestigden er hun legerplaats en Karel de Grote bouwde
een paleis op het Valkhof. Nijmegen maakte naam als handelsstad, maar lag tevens regelmatig in de vuurlinie van een
oorlog. De laatste keer gebeurde dat in de Tweede Wereldoorlog, toen een bombardement de Nijmeegse binnenstad verwoestte.
Romeinse stad
Rond het begin van onze jaartelling woonden de Bataven in het land van Maas en Waal. Al in de tijd van Julius Caesar
hadden de oprukkende Romeinse legers op de Nijmeegse Hunerberg een houten legerkamp gebouwd, dat plaats bood aan twee
legioenen. Later stichtten de Romeinen op de heuvel aan de Waal, het huidige Valkhof, een nederzetting die Oppidum
Batavorum werd genoemd. Tijdens de Bataafse opstand van 69 na Christus verwoestten de Bataven deze nederzetting, die
een symbool van de groeiende Romeinse macht was geworden.
Noviomagus
Na de opstand bouwden de Romeinen een nieuwe legerplaats, oftewel castra, op de Hunerberg. Al snel volgden handelaren,
herbergiers en burgers; in de buurt van een legerplaats viel immers altijd wat te verdienen. In lager gelegen gebied
ontstond een echte burgelijke nederzetting (thans het Waterkwartier). In 104 na Christus verleende Keizer Marcus Ulpius
Traianus de nederzetting marktrecht. In die tijd ontstond ook de naam Ulpia Noviomagus Batavorum ofte wel 'Ulpische
Nieuwmarkt in het land der Bataven'. Door de gunstige ligging ontwikkelde Noviomagus zich tot een grote stedelijke
nederzetting met ongeveer 5000 inwoners.
Karelstad
De Romeinse macht nam na meer dan 400 jaar overheersing langzaam af. Germaanse stammen doorbraken steeds vaker de
Romeinse grensverdediging. Noviomagus, de stad in de laagte, werd door de Franken verwoest. Op het Valkhof stond nog
een Romeins grensfort (castellum) en aan de Waalkade was een kleine, burgerlijke nederzetting ontstaan, waarvan nog
oude muurresten zijn te bewonderen in het huidige casino. De rechten van de Romeinse legerplaatsen gingen over op de
Frankische koningen. Karel de Grote (8e eeuw) was zodoende in het bezit van het Fort van Nijmegen en bouwde er later
zijn palts ofwel paleis.
Vanaf de 10e eeuw groeide de stad snel. De rivier speelde een belangrijke rol bij de opbloeiende handel. Nijmegen
bleef door haar gunstige ligging een belangrijke vestigingsplaats voor de heersende vorsten. Keizer Frederik Barbarossa
bouwde op en rond de verwaarloosde palts van Karel de Grote een immense burcht. Van deze burcht is een restant van de
absis van de St. Maartenskapel bewaard gebleven. Zij is beter bekend als de Barbarossaruine en te zien op het Valkhof.
Rijkstad
Nijmegen, in die tijd Numaga genoemd, werd steeds belangrijker als handelsplaats. In 1230 kreeg Numaga de rechten van
de stad Aken en werd daarmee ook een rijksstad. Ze stond onder direct gezag van de keizer. Zeventien jaar later verloor
de stad deze bevoorrechte status, omdat Koning Willem II de stad uit geldgebrek verpandde aan de graaf van Gelre voor
een bedrag van 16.000 zilveren marken. In de middeleeuwen groeide de macht en het belang van de steden. Nijmegen dreef
intensief handel en sloot zich aan bij het Hanzeverbond. Haar rijkdom weerspiegelde zich in bijvoorbeeld de bouw van
de St. Stevenskerk (13e en 16e eeuw), de Latijnse School (16e eeuw) en het oude Stadhuis (16e eeuw). De stad groeide
snel en een grotere ommuring was nodig (de eerste stadsuitbreiding).
Vredesstad
Tijdens de 80-jarige oorlog lag Nijmegen in actief oorlogsgebied. De handel verplaatste zich door al het geweld naar
Holland en de economische bloei van Nijmegen leek voorbij. Ook later lag Nijmegen, als vestingstad, nog vaak in de
vuurlinie. Nijmegen was niet alleen belangrijk toen er gevochten werd. Bij de oorlog van Frankrijk tegen de Republiek
der Zeven Verenigde Provincien (1672 - 1676) raakten vele landen betrokken. Toen in 1676 zo'n dertig Europese staten
en steden vredesonderhandelingen startten om een einde te maken aan deze oorlogen, werd Nijmegen gekozen als
vergaderplaats. De onderhandelingen duurden zeker twee jaar en brachten veel bedrijvigheid met zich mee. in 1678 en
1679 werden de vredesverdragen gesloten, die gepaard gingen met grote feesten. Uit de tijd van de 'Vrede van Nijmegen'
stamt een aantal van de prachtige tapijten, die in het stadhuis zijn te bewonderen.
Vestingstad
De vestingstad Nijmegen werd voor het laatst in staat van paraatheid gebracht in de oorlog van 1830 tot 1839. De
vestingmuren bleven daarna ook nog staan en belemmerden Nijmegen om te groeien. Buiten de stadsmuren mocht niet
gebouwd worden, omdat men vanaf de torens en muren vrij moest kunnen schieten. Dit betekende dat er voor de opkomende
industrie letterlijk geen ruimte in de stad was. De bevolking bleef groeien en de stad verpauperde. Pas in 1874 gaf
het Rijk zijn toestemming en werden de vestingen opgeheven. Nijmegen werd eindelijk bevrijd van haar keurslijf en kon
uitbreiden. Rond 1880 begon men met de afbraak van de stadswallen en de stad groeide. Aan de sloop van de vestingwerken
werd zo enthousiast gewerkt dat helaas ook veel waardevolle gebouwen, muren en poorten verloren zijn gegaan. Voor de
echte industrialisatie was het toen al te laat. Dit had tot gevolg dat Nijmegen zich in de volgende decennia vooral
ontwikkelde tot een prachtige woonstad. De brede singels en statige huizen van de St.-Annastraat, de Van Schaeck
Mathonsingel en de Oranjesingel stralen nog steeds de schoonheid en grandeur uit van de 19e eeuw. De economische
achterstand uit de 19e eeuw kon niet makkelijk worden weggewerkt. De groei van de bevolking bleef sterker dan de
groei van de werkgelegenheid. De grote crisis uit de jaren dertig bereikte Nijmegen daarom sneller dan andere steden.
Om de werkloosheid te bestrijden liet het stadsbestuur het Maas-Waalkanaal (1927) graven en het stadspark de Goffert
(1935) aanleggen.
Getroffen stad
Op de crisisjaren volgde de nog zwaardere tijd van de Duitse bezetting. De onderdrukking van de Duitsers betekende voor
velen uiteindelijk de dood. Op 22 februari 1944 bombardeerden de geallieerden Nijmegen, in de veronderstelling dat ze
een Duitse stad onder vuur namen. De Nijmeegse binnenstad werd totaal verwoest en 880 mensen sneuvelden. Op 17 september
van hetzelfde jaar startten de geallieerden de militaire operatie 'Market Garden' die uiteindelijk leidde tot de
bevrijding van de stad. Nijmegen bleef van september 1944 tot maart 1945 frontstad.
Archeologie
Het Bureau Archeologie, geleid door de gemeentelijk archeoloog, zorgt op vele manieren voor het behoud van het
archeologisch erfgoed binnen de gemeentegrenzen van Nijmegen. De intentie om het bodemarchief zoveel mogelijk intact
te laten, staat daarbij voorop. Dit is lang niet altijd te realiseren door de toenemende verdichting van de bebouwing
en de moderne bouwtechnieken. Zijn ingrepen in de bodem onvermijdelijk dan vindt onderzoek plaats om de archeologische
sporen te documenteren. Er is geen enkele stad in Nederland waar zoveel archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden
en nog steeds plaatsvindt.
Nijmegen kent een lange bewoningsgeschiedenis, de oudste sporen dateren uit de steentijd, zo'n 7000 jaar geleden. De
bijna 250 kleine en grotere opgravingen die in de afgelopen jaren zijn uitgevoerd, leveren stukje bij beetje informatie
over de historie van Nijmegen. De grootste opgravingen ten zuiden van de Waal betreffen het Romeinse verleden van
Nijmegen: het badgebouw en twee monumentale tempels van de Romeinse stad Ulpia Noviomagus in het Waterkwartier, een
deel van de Romeinse legerplaats van het Tiende Legioen op de Hunerberg en grote delen van grafvelden uit de 4de tot
de 7de eeuw na Chr. in het centrum van de stad. De loden sarcofaag die tijdens rioleringswerkzaamheden in de Burchtstraat
is gevonden, behoorde ook tot dit grafveld.
Sinds de uitbreiding van Nijmegen met het Betuwse stadsdeel de Waalsprong wordt ook daar intensief onderzoek verricht.
De vruchtbare kleigronden trokken al in de steentijd boeren aan. Uit de daaropvolgende bronstijd en ijzertijd zijn
onverwacht veel grafvelden aangetroffen, met zowel crematiegraven als skeletten. De Romeinse tijd heeft een aantal
Bataafse nederzettingen opgeleverd. Hoewel men hier op traditionele wijze het boerenbestaan continueerde, tonen de
vondsten dat er intensieve contacten met Romeins Nijmegen bestonden en dat men allengs toegroeide naar de Romeinse
cultuur. Dat moet voor een belangrijk deel toegeschreven worden aan de Bataafse soldaten die in het Romeinse leger
dienden.
Bron: website http://www.nijmegen.nl
|